MBO

MBO-studenten combineren theorielessen met praktijklessen. Dit gebeurt via de beroepsopleidende leerweg (BOL) of de beroepsbegeleidende leerweg (BBL).

Bij de BOL volgt de leerling het grootste deel van de opleiding lessen op school en loopt daarna stages.
Bij de BBL werkt een leerling in een bedrijf en volgt 1 of 2 dagen per week lessen op school.

De meeste opleidingen worden op niveau 2, 3 en 4 aangeboden. Niet elke opleiding heeft een BBL variant.


Opleidingen, niveaus en leerwegen in het MBO

Er zijn opleidingen op 3 niveaus: MBO 2, 3 en 4. Voor elk MBO-niveau gelden toelatingseisen. Ongediplomeerde leerlingen kunnen naar de entreeopleidingen van het MBO.

  1. De entreeopleiding in het MBO (niveau 1)
    De entreeopleiding is bedoeld voor jongeren zonder een diploma van een vooropleiding. Deze entreeopleiding bereidt jongeren voor op de arbeidsmarkt. Of op doorstroming naar een MBO-2-opleiding. De opleiding duurt 1 jaar. Minimale leeftijd 16 jaar op 1 augustus om te kunnen starten in september.
  2. De basisberoepsopleiding (niveau 2)
    De basisberoepsopleiding duurt 1 tot 2 jaar. Het bereidt leerlingen voor om uitvoerende werkzaamheden te doen. Bijvoorbeeld kapper of autotechnicus. Vooropleiding: de basisberoepsgerichte leerweg (BB).
  3. De vakopleiding (niveau 3)
    De vakopleiding duurt 2 tot 3 jaar. Leerlingen leren hier werkzaamheden zelfstandig uit tevoeren. Het gaat om beroepen als verzorgende en eerste monteur. Vooropleiding: de gemengde, theoretische en kadergerichte leerwegen aan het VMBO of HAVO.
  4. De middenkaderopleiding (niveau 4)
    De middenkaderopleiding duurt maximaal 3 jaar. Voor sommige opleidingen geldt een maximum van 4 jaar. Leerlingen leren hier werkzaamheden volledig zelfstandig uit te voeren. Het gaat om beroepen als filiaalbeheerder en activiteitenbegeleider. Leerlingen die deze opleiding afronden, kunnen verder studeren op het HBO. Vooropleiding: de gemengde, theoretische en kadergerichte leerwegen aan het VMBO of HAVO.

Een MBO opleiding kun je volgen op:

  • een ROC (regionaal opleidingen centrum); bijvoorbeeld Aventus, Deltion en Rijn IJssel. Een ROC heeft een breed opleidingenaanbod voor verschillende beroepssectoren;
  • een AOC (agrarisch opleidingen centrum); bijvoorbeeld AOC Oost, Helicon en Groene Welle. Een AOC leidt op voor beroepen in de groene sector, bijvoorbeeld hovenier of dierverzorger;
  • een vakschool; bijvoorbeeld de Fotovakschool en het SOMA college. Vakscholen verzorgen¬†opleidingen voor een specifiek beroep, bijvoorbeeld fotograaf, kraanmachinist of stratenmaker.